UTP-wandcontactdoos patchen: op de juiste manier aansluiten en bekabelen

Via een UTP-wandcontactdoos, ook wel universele aansluiteenheid of UAE genoemd, kunnen computers en andere netwerkapparatuur in gebouwen overzichtelijk worden aangesloten. Deze wandcontactdoos zorgt voor een storingsvrije verbinding en een betrouwbare gegevensuitwisseling tussen de verschillende apparaten. De wandcontactdoos functioneert alleen als hij is verbonden met het netwerk, dus moet hij op de juiste manier worden bekabeld en aangesloten. De kleurcodering van de wandcontactdoos en de kabel helpt hierbij, zodat het trekken van de afzonderlijke kabels een fluitje van een cent is. Op deze pagina leest u hoe u een wandcontactdoos op de juiste manier aansluit.



Apparaten met het netwerk verbinden via de UTP-wandcontactdoos

Huis overdrachtspunt met 1) internetaansluiting |  2) Router  |  3) Switch  |  4) Patchpaneel  |  5) wantcontactdozen  |  6) Netwerkcomponenten zoals bijv. NAS

In een conventioneel bekabeld ethernetnetwerk (LAN) fungeren de wandcontactdozen als netwerkaansluitingen en eindpunten van de netwerkbekabeling. De wandcontactdozen zijn via UTP-kabels verbonden met een patchpanel, dat normaal gesproken zorgt voor de verbinding met de switch. Via de switch is de wandcontactdoos verbonden met de andere wandcontactdozen in dat deel van het netwerk, met de router en eventueel aanvullende onderdelen van de netwerkinfrastructuur.

De netwerkbekabeling loopt doorgaans stervormig vanaf de switch via het patchpanel naar de wandcontactdoos. Via patchkabels worden de poorten die zijn toegewezen aan de afzonderlijke LAN-aansluitingen op het patchpanel in de gewenste volgorde met patchkabels naar de switch gepatcht.



De juiste UTP-wandcontactdoos kiezen

De keuze voor een geschikte wandcontactdoos hangt af van de bestaande netwerkbekabeling. Voor netwerkverbindingen in kantoren, winkels en woningen en in de industriële sector worden standaard achtpolige netwerkkabels op koperbasis in categorie 7 (Cat 7) geïnstalleerd. De Cat 7-kabel ondersteunt gigabit-ethernet en 10-gigabit-ethernet (10GbE). Deze categorie vertegenwoordigt een bepaalde kabelsamenstelling, die onder meer van invloed is op de maximale overdrachtssnelheid en de gevoeligheid voor interferentie van buitenaf. Daarmee compatibel zijn wandcontactdozen in categorie 6a (Cat 6a) of 6 (Cat 6).


De UTP-wandcontactdoos die past bij de kabel

Wandcontactdozen zijn er in verschillende uitvoeringen. Gangbaar zijn opbouw- of inbouwdozen, maar er zijn ook dozen die op een profielrail kunnen worden bevestigd of modulaire dozen met keystonemodules.

Een wandcontactdoos biedt meestal plaats aan twee stekkers. Daarvoor heeft hij twee contacten van het type RJ-45, zodat er twee netwerkkabels of een duplexkabel kunnen worden aangesloten. Voor elk contact wordt een aparte kabel gebruikt.

Een universele wandcontactdoos, geschikt als opbouw- en inbouwdoos, heeft zeer uiteenlopende toepassingsmogelijkheden en is praktisch in het gebruik. In de praktijk heeft een combinatiedoos als voordeel dat u niet van tevoren al hoeft te kiezen voor een bepaalde installatiemethode. U kunt de doos indien gewenst als opbouw monteren in combinatie met de meegeleverde behuizing of zonder de behuizing gebruiken voor inbouwinstallatie. Dat maakt u met het installeren flexibel en u hoeft slechts één variant op voorraad te hebben.



Welk gereedschap hebt u nodig om een UTP-wandcontactdoos aan te sluiten?

Voor een snelle, efficiënte en veilige bekabeling van wandcontactdozen wordt professioneel netwerkinstallatiegereedschap aanbevolen. Het belangrijkste is de LSA-patchtang, die ook wel LSA-montagetang of LSA Plus-montagetang wordt genoemd. Daarmee kunt u de aders van de netwerkkabel in de wandcontactdoos steken, patchen of schieten. De patchtang heeft een smalle neus die de afzonderlijke kabelstrengen exact in de aansluitklemmen van de doos drukt en uitstekende kabels tot de juiste lengte inkort.

Voor het openen en bevestigen van de wandcontactdoos hebt u een kruiskopschroevendraaier nodig. Gebruik een draadkniptang of zijkniptang om de netwerkkabel in te korten nadat u hem in het contact hebt gestoken. Daarnaast hebt u nog een striptang of een cuttermes nodig.



UTP-wandcontactdozen stap voor stap installeren

Het installeren en bekabelen van een opbouw- of inbouwdoos gebeurt in een paar stappen en u hebt er minimale kennis voor nodig.

1. Netwerkkabels leggen

Afhankelijk van de situatie ter plaatse legt u de netwerkkabels in kabelgoten of weggewerkt in loze leidingen. Als u een opbouwdoos nodig hebt, maakt u uitsparingen in de kunststof behuizing. Laat de kabeleinden ver genoeg uit de aansluitdoos steken, zoals aangegeven in de afbeelding.


2. Kabelmantel verwijderen

Gebruik voor het verwijderen van de kabelmantel een striptang of snijd de mantel los met een mesje. Let er bij het gebruik van een kabelmes of cuttermes op dat u de snede niet te diep maakt. De gevlochten kabelbescherming en de aders moeten intact blijven.


3. Kabelbescherming omvouwen

Vouw de kabelbescherming om de kabelmantel heen en draai hem vervolgens rond de kabelmantel. Zo creëert u een contactvlak voor de trekontlastingsveer. Bevestig de uitstekende uiteinden van de kabelbescherming met plakband aan de kabelmantel.


4. Netwerkkabel aansluiten op de doos

De trekontlasting van de wandcontactdoos fungeert tegelijkertijd ook als contactvlak voor de kabelbescherming. De kabelbescherming moet goed contact maken met de metalen behuizing van de doos. De losse draden van de kabelbescherming mogen niet uitsteken, anders staan ze niet in verbinding met de contactklemmen van de doos.


5. Aders patchen

Wandcontactdozen worden aangesloten conform de normen TIA 568A (T568A) of TIA 568B (T568B). Deze normen schrijven voor welke aders op welke klem moeten worden aangesloten. Voor de bekabeling van nieuwe installaties geldt norm T568B. Bij netwerkuitbreidingen moet de al bestaande norm worden gevolgd.


6. Aderparen strippen

De vier aderparen van de netwerkkabel zijn altijd paarsgewijs getwist en omhuld met folie. Verwijder de folie van een aderpaar, maar niet verder dan nodig om de aders te kunnen aansluiten. Let erop dat de aderparen tot aan de aansluitingen in de klemmenstrook getwist blijven.


7. Aders patchen en aansluiten

Als u de gekleurde aders volgens de kleurcode van de klemmenstrook hebt verdeeld, legt u de ader over de aansluitklem. Vervolgens drukt u de LSA-patchtang op de klem. De draad wordt met een hoorbare klik in de ***Halte-PIN*** gedrukt en de overtollige kabel wordt afgesneden.


8. Aansluiting afronden

Sluit nu alle acht afzonderlijke aders van de UTP-kabel met de LSA-patchtang aan op de klemmenstrook. Als de wandcontactdoos twee contacten heeft en dus ook beschikt over twee klemstroken, wordt de tweede netwerkkabel op dezelfde manier aangesloten.


9. Wandcontactdoos sluiten

Controleer voordat u de wandcontactdoos sluit nog een keer de juiste positie van de aansluitdraden. Let er daarbij ook op dat er geen draden uit de kabelbescherming steken en zo eventueel kortsluiting kunnen veroorzaken. Schroef vervolgens het deksel van de wandcontactdoos vast.


10. Wandcontactdoos plaatsen

Plaats vervolgens de wandcontactdoos in de aansluitdoos en schroef de wandcontactdoos vast. Let er daarbij op dat de kabels niet te veel geknikt zijn! Plaats vervolgens het deksel op de wandcontactdoos en schroef het vast.

Tot slot schrijft u het nummer of de naam van de doos op het label in het kijkvenster. Wanneer de wandcontactdoos vervolgens via patchkabels op het patchpanel moet worden gepatcht, maakt deze aanduiding de toekenning gemakkelijker.



UTP-wandcontactdoos testen

Uw nieuwe wandcontactdoos is nu klaar voor gebruik. Aan de hand van een korte test kunt u controleren of de aders op de juiste manier zijn vastgeklemd. Hiervoor gebruikt u een UTP-kabeltester, waarmee u de correcte werking, snelheid en betrouwbaarheid kunt testen en vastleggen. Nu kunt u de patchkabels aansluiten en de stekkers van de netwerkkabels in de contacten van de doos steken.

Let op: als u de patchkabel die nodig is voor de installatie zelf wilt samenstellen, moet u zeker eerst de volgende paragraaf lezen.



RJ-45-stekkerbezetting

Net als bij het aansluiten van de netwerkkabels in de wandcontactdoos kunt u bij de RJ-45-stekkerbezetting te werk gaan volgens de normen TIA 568A of TIA 568B, mits er geen kant-en-klare patchkabels worden gebruikt. In dat geval moet u de RJ-45-stekkers krimpen. De stappen die u doorloopt bij het krimpen van een RJ-45-stekker zijn afhankelijk van de uitvoering van de gebruikte stekker. Op de verschillende videoportals kunt u enkele bijzonder nuttige handleidingen bekijken.

Welke ader voor de desbetreffende norm bij welke pin van de stekker hoort, kunt u vinden in onderstaande tabel of in de afbeelding.

Contactbezetting van RJ-45-stekkers

  T568A T568B
RJ-45 Contact 1 Groen/Wit Orange/Wit
RJ-45 Contact 2 Groen Oranje
RJ-45 Contact 3 Oranje/wit Groen/wit
RJ-45 Contact 4 Blauw Blauw
RJ-45 Contact 5 Blauw/Wit Blauw/Wit
RJ-45 Contact 6 Oranje Groen
RJ-45 Contact 7 Bruin/wit Bruin/wit
RJ-45 Contact 8 Bruin Bruin

De bezetting van de RJ-45-stekker is aan beide uiteinden van de kabel identiek, waardoor een een-op-eenbekabeling (straight through-kabel) ontstaat. Een crossoverkabel, om bijvoorbeeld twee routers, switches of pc’s met elkaar te verbinden, is niet nodig. Tegenwoordig ondersteunen veel van de aangesloten apparaten de functie Auto-MDIX, waarmee ze automatisch herkennen via welke kabels dan wel stekkercontacten gegevens worden verstuurd en ontvangen.