3-delig, elektrisch, intercity treinstel serie ICM-1 "Koploper" van de Nederlandse spoorwegen (NS). Uitvoering in KLM-design. 1x kopbak (met motor) mBk 2e klas, 1x middenbak AB 1e/2e klas, 1x kopbak (zonder motor) sBk 2e klas. Treinstelnummer 4011. Bedrijfstoestand rond 1986/1987.
In 2019 vierde de "Koninklijke Nederlandse Luchtvaartmaatschappij" zijn 100ste verjaardag en is daarmee de oudste nog bestaande luchtvaartmaatschappij ter wereld. Al voor de start op 7 oktober 1919 had koningin Wilhelmina op 12 september 1919 het predicaat "koninklijk" toegekend aan de nog niet officieel bestaande maatschappij. Zo begon de door Albert Plesman opgerichte "Koninklijke Luchtvaart Maatschappij voor Nederland en koloniën" (KLM) op 7 oktober 1919 aan haar vlucht door de luchtvaartgeschiedenis. De eerste KLM-vlucht ging op 17 mei 1920 van Londen-Croydon naar de luchthaven Amsterdam-Schiphol. Al in 1926 vloog de KLM van Amsterdam naar Bremen, Brussel, Kopenhagen, Londen, Malmö, Parijs en Rotterdam. Vanaf 1929 waren er regelmatige, intercontinentale vluchten naar Nederlands-Indië (Indonesië) en in 1934 begon men met trans-Atlantische vluchten naar Nederlands-West-Indië (Suriname en de Nederlandse Antillen). Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag het vliegverkeer in Europa stil, maar in het Caribisch gebied ging het door. Op 31 mei 1946 opende KLM als eerste Europese luchtvaartmaatschappij een verbinding met New York. Op 5 mei 2004 werd de KLM met Air France samengevoegd tot de Air France KLM-groep, gevestigd in Parijs. Maar zowel KLM als Air France behielden na de fusie naar buiten hun autonomie.
Weliswaar niet op de 100ste verjaardag, maar bij de opening van de spoorbaan tussen Amsterdam Centraal en luchthaven Schiphol in 1986, schilderde de NS twee treinen van de serie ICM-1 in de kleuren van twee Nederlandse luchtvaartmaatschappijen. Daarbij kwam het goed uit dat de ICM met zijn verhoogde machinistencabine er een beetje uitziet als een Boeing 747. Treinstel 4011 glom in de blauw-wit-grijze KLM-outfit en treinstel 4012 straalde in het wit met rode strepen van Martinair.
De ICM kwam tegemoet aan de wens van de NS om voor hun snelle intercity-verkeer nieuwe treinstellen aan te schaffen met flexibel gebruik, sneller en gemakkelijker scheiden resp. koppelen op knooppunten en de mogelijkheid voor reizigers om tijdens het rijden van het ene treinstel naar het andere te gaan. Met deze eisen werd de machinistencabine gewoon een verdieping hoger geplaatst en werden de motorrijtuigen voorzien van overgangen aan de kopse kanten. Dit gaf de stoere, buitengewone stellen al snel de bijnaam "Koploper". De NS kocht in 1977 bij Talbot in Aachen een voorserie met zeven driedelige treinstellen (4001-4007) als IC3 (later ICM-0). De serieproductie als ICM-1 begon in 1983 met talrijke verbeteringen. Vanaf treinstel 4051 werd een chopper-besturing toegevoegd en het type veranderde in ICM-2. Tussen 1990 en 1994 werden dan 50 vierdelige treinstellen als ICM-3 (4201-4230) en ICM-4 (4231-4250) gebouwd. In tegenstelling tot de driedelige met slechts één aangedreven kopbak, heeft bij deze treinen ook het op de kopbak volgende draaistel van de middenbak aandrijfwielstellen. Het mechanische deel van alle "Koplopers" werd gebouwd bij Talbot, terwijl CEM Oerlikon en Holec verantwoordelijk waren voor het elektrische systeem.
In de jaren 2006 tot 2011 werden de treinen uit de ICM-serie, 4011-4097 en 4201-4250, als ICMm geleidelijk gemoderniseerd: de karakteristieke overgangen kwamen te vervallen, omdat ze weinig gebruikt werden. Het interieur werd volledig vernieuwd, er werden rolstoeltoegankelijke toiletten ingebouwd, airconditioning en displays voor passagiersinformatie geïnstalleerd en het aantal zitplaatsen werd met 13% verhoogd.