Beoordeling van de bezettingmeldingen: Ten opzichte van massa van de ondergeschikte componenten
Galvanische scheiding: Tussen in- en uitgangen
In- en uitgangen:
- 8 ingangen voor de aansluiting van de bewaakte baanvakken
- 8 uitgangen voor de aansluiting van de ingangen van ondergeschikte backmelders en/of van LED's voor de weergave van de bezetstatus
Voeding: Via de rails. Opmerking: Alle baanvakken moeten in een boostercircuit liggen of via een gemeenschappelijke rijtrafo worden gevoed. Een gemeenschappelijke rijtrafo / een boostercircuit
max. Stroom in de baanvakken: 6 A per baanvak
Max. stroom per uitgang: 500 mA
Gevoeligheid: 1 mA … 15 mA. Afstelling aan een trimpotentiometer afzonderlijk voor elk van de 8 baanvakken
Afmetingen van de printplaat: 63 x 97 mm
Afmetingen inclusief behuizing: 100 x 98 x 35 mm
Soortnaam
Baanvakbezetmelder
Type model
Accessoire
Uitgangsstroom
500 mA
100 mm
Breedte
98 mm
Hoogte
35 mm
Afm.
(l x b x h) 100 x 98 x 35 mm
Leeftijd
Vanaf 15 jaar
UKCA
Ja
Varianten(Alle gegevens zijn excl. btw en excl verzendkosten)
TAMS Elektronik 52-01187-01 Baanvakbezetmelder Accessoire
3775681
Dit product
TAMS Elektronik 52-01017-01 Baanvakbezetmelder Accessoire
3775680
Documenten en downloads
Gebruiksaanwijzingen en veiligheidsinformatie
Gebruiksaanwijzingen en veiligheidsinformatie 3775681 TAMS Elektronik 52-01187-01 Baanvakbezetmelder Accessoire
Omschrijving
De 'juiste' gevoeligheid, waarbij een spoorbezetmelder een stroomverbruiker in een sectie herkent, is afhankelijk van meerdere factoren: als voertuigen waarvan de assen met weerstandslak zijn bekleed, bijvoorbeeld een melding moeten activeren, dan is een zeer hoge gevoeligheid vereist. In digitale installaties kan een hoge gevoeligheid echter een probleem worden als storende spanningen uit het digitale systeem valse meldingen veroorzaken. Bij de GBM-8.2 kan de gevoeligheid voor elke meldsectie afzonderlijk met een trimpotentiometer worden ingesteld en aan de individuele eisen worden aangepast.
Toepassingsgebieden: Installaties van alle nominale maten (tot 6 A per spoorsectie) - Digitale apparatuur (formaat onafhankelijk) in combinatie met backmelders die massacontacten inlezen (bijv. s88) - Analoge installaties (gelijk- of wisselstroom). In principe kan de GBM-8.2 in analoge gelijkstroomsystemen alleen voertuigen herkennen die vanuit één rijrichting het bewaakte spoortraject inrijden.
De teksten voor dit artikel zijn automatisch vertaald.
Omvang van de levering
1 spoor-bezetmelder GBM-8.2, uitvoering: Kant-en-klaar apparaat in behuizing
Omschrijving
De 'juiste' gevoeligheid, waarbij een spoorbezetmelder een stroomverbruiker in een sectie herkent, is afhankelijk van meerdere factoren: als voertuigen waarvan de assen met weerstandslak zijn bekleed, bijvoorbeeld een melding moeten activeren, dan is een zeer hoge gevoeligheid vereist. In digitale installaties kan een hoge gevoeligheid echter een probleem worden als storende spanningen uit het digitale systeem valse meldingen veroorzaken. Bij de GBM-8.2 kan de gevoeligheid voor elke meldsectie afzonderlijk met een trimpotentiometer worden ingesteld en aan de individuele eisen worden aangepast.
Toepassingsgebieden: Installaties van alle nominale maten (tot 6 A per spoorsectie) - Digitale apparatuur (formaat onafhankelijk) in combinatie met backmelders die massacontacten inlezen (bijv. s88) - Analoge installaties (gelijk- of wisselstroom). In principe kan de GBM-8.2 in analoge gelijkstroomsystemen alleen voertuigen herkennen die vanuit één rijrichting het bewaakte spoortraject inrijden.
De teksten voor dit artikel zijn automatisch vertaald.
Omvang van de levering
1 spoor-bezetmelder GBM-8.2, uitvoering: Kant-en-klaar apparaat in behuizing