Gebruiksaanwijzingen en veiligheidsinformatie 2612756 TAMS Elektronik 52-01186-01 GBM-8.2, Bst Spoorbezetmelder Module
Omschrijving
De 'juiste' gevoeligheid, waarbij een spoorbezetmelder een stroomverbruiker in een sectie herkent, is afhankelijk van meerdere factoren: als voertuigen waarvan de assen met weerstandslak zijn bekleed, bijvoorbeeld een melding moeten activeren, dan is een zeer hoge gevoeligheid vereist. In digitale installaties kan een hoge gevoeligheid echter een probleem worden als storende spanningen uit het digitale systeem valse meldingen veroorzaken. Bij de GBM-8.2 kan de gevoeligheid voor elke meldsectie afzonderlijk met een trimpotentiometer worden ingesteld en aan de individuele eisen worden aangepast.
Uitvoering
Kant-en-klaar opgebouwde en geteste schakeling
Alle nominale grootheden (tot 6 A per spoorsectie)
Digitale installaties (onafhankelijk van het formaat) in combinatie met terugmelders, die massacontacten inlezen (bijv. s88)
Analoge installaties (gelijk- of wisselstroom)
Aantal bewaakte spoorsecties: 8
Voeding van de baanvakken: een gemeenschappelijke trafo / een boostercircuit
Max. stroom per spoorsectie: 6 A
Gevoeligheid: min. 0,1 A (instelbaar)
Aantal uitgangen: 8
Max. stroom per uitgang: 50 mA
Analyse van de bezetmeldingen: tegen massa van de opvolgende componenten (galvanische scheiding)
Weergave van de bezetmeldingen: bijv. via externe LED's bij de uitgangen
Voedingsspanning: via het spoor
Omvang van de levering
Kant-en-klare module GBM-8
Opmerkingen
In principe kan de GBM-8.2 in analoge gelijkstroomsystemen alleen voertuigen herkennen die vanuit één rijrichting het bewaakte spoortraject inrijden.
Omschrijving
De 'juiste' gevoeligheid, waarbij een spoorbezetmelder een stroomverbruiker in een sectie herkent, is afhankelijk van meerdere factoren: als voertuigen waarvan de assen met weerstandslak zijn bekleed, bijvoorbeeld een melding moeten activeren, dan is een zeer hoge gevoeligheid vereist. In digitale installaties kan een hoge gevoeligheid echter een probleem worden als storende spanningen uit het digitale systeem valse meldingen veroorzaken. Bij de GBM-8.2 kan de gevoeligheid voor elke meldsectie afzonderlijk met een trimpotentiometer worden ingesteld en aan de individuele eisen worden aangepast.
Uitvoering
Kant-en-klaar opgebouwde en geteste schakeling
Alle nominale grootheden (tot 6 A per spoorsectie)
Digitale installaties (onafhankelijk van het formaat) in combinatie met terugmelders, die massacontacten inlezen (bijv. s88)
Analoge installaties (gelijk- of wisselstroom)
Aantal bewaakte spoorsecties: 8
Voeding van de baanvakken: een gemeenschappelijke trafo / een boostercircuit
Max. stroom per spoorsectie: 6 A
Gevoeligheid: min. 0,1 A (instelbaar)
Aantal uitgangen: 8
Max. stroom per uitgang: 50 mA
Analyse van de bezetmeldingen: tegen massa van de opvolgende componenten (galvanische scheiding)
Weergave van de bezetmeldingen: bijv. via externe LED's bij de uitgangen
Voedingsspanning: via het spoor
Omvang van de levering
Kant-en-klare module GBM-8
Opmerkingen
In principe kan de GBM-8.2 in analoge gelijkstroomsystemen alleen voertuigen herkennen die vanuit één rijrichting het bewaakte spoortraject inrijden.